woensdag mei 9, 2012 om 11:31
· Archief: Natuur, Dagboek
In het vroege voorjaar zien we dat in de schemer de moederkat die hier altijd rondzwerft bij ons hek door een vreemde kater gedekt wordt. Als de kater zijn hoofd naar ons keert herken ik hem meteen aan zijn Zorro-masker: het is Vos! (Zie ook Vos)
We zijn verbaasd dat hij als kleinste van vier kittens de winter overleeft heeft en nog meer verbaasd dat hij uitgegroeid is tot een volwaardige kater.
Dat hij voor onze deur incest met zijn moeder pleegt vinden we wat minder maar dat is in de wilde natuur heel gewoon.

Daarna zien we hem lang niet meer tot hij opeens opduikt terwijl Mary Shelley en ik bij een vuurtje voor mijn caravan zitten. Hij gluurt vanachter de buitenkachel en loopt wat schichtig rond. Hij is niet verder dan twee meter van ons vandaan maar gaat er toch weer snel vandoor. We zien hem af en toe ergens op het terrein banjeren en één keer zie ik hem verschrikt vanonder mijn caravan wegschieten en via het ‘kattenluikje’ in de takkenril door het hek naar buiten het terrein vluchten.

Tot op een avond als ik met Pierre du Moulin bij mijn buitenkacheltje zit te kletsen. Opeens duikt Vos op en voor we erg in hebben is hij brutaal het bord onder de lege stoel van Timmerman aan het schoonlikken… op nog geen meter afstand. Ik schuif mijn bord ook naar hem toe, iets voorbij mijn rechtervoet, en ook die likt hij meteen schoon. Pierre staat op het punt om weg te gaan en als hij opstaat vlucht Vos direct uit het zicht.
Maar een half uur later verschijnt hij opeens links van me vanonder de caravan … binnen handbereik. Ik had al wat reepjes droge worst gehaald en ik voer hem twee reepjes door ze voor zijn neus te gooien. Het derde reepje hou ik in mijn hand en ja… al schokkend komt hij er op af en grist het uit mijn hand om meteen ermee onder de caravan te duiken.
Dit herhaalt zich enkele keren en tenslotte zet hij zelfs zijn voorpoten op mijn been om de worst tussen mijn vingers te pakken. Als er een onweersbui losbarst vlucht hij weer snel… niet onder mijn veilige caravan maar het terrein op.
De dagen erna zien we hem vaker. Hij ligt te dutten op de takkenril bij de moestuin en hij komt zelfs even bij Timmerman langs als we daar zitten te eten. We geven onze net leeggegeten etensborden die hij meteen schoonlikt… maar dichterbij dan 3 meter komt hij niet en bij iedere beweging van ons vlucht hij weer tien meter.
Even daarvoor al zat Ma Kat op de takkenril achter mijn caravan te dutten. Zij is altijd heel schuw en komt nooit dichterbij dan twintig meter. Deze keer lijkt ze brutaal te blijven liggen als ik mijn caravan nader en ik laat haar maar met rust. Van dichtbij lijkt ze anders… is het een ander jong van vorig jaar? Eén roofdier is leuk op ons terrein maar twee of drie… laat staan als mijn caravan een kattenhonk wordt! Daar zit ik met mijn allergie al helemaal niet op te wachten!
De week erna komt Vos iedere avond langs… bij mij of, als we eten op het terras van timmerman, bij hem. Vos maakt er zelfs een vast rondje van en likt bij aankomst alle huisraad schoon dat in aanraking is geweest met eten.

Enkele dagen geleden horen we gepiep bij de gastencarava. We gaan kijken en ja hoor… drie kittens in het hooi onder de caravan! Moeder is al bevallen! Dit wordt de start van een hele dynastie op Sévricourt!
Eén kitten lijkt duidelijk op Vos, zijn vader/broer, met veel zwart in zijn vacht en wat wit. Nummer twee lijkt meer op zijn moeder met veel wit. Nummer drie is veelkleuriger, die lijkt op zijn opa… moeders’ lover van vorig jaar.

Wordt zeker vervolgd…
Permalink
donderdag mei 3, 2012 om 11:42
· Archief: Natuur

Als ik een dekzeiltje weghaal in mijn moestuin verstoor ik een dikke opgerolde Hazelworm. Even later gaat de pootloze hagedis er snel vandoor….
Permalink
dinsdag mei 1, 2012 om 20:23
· Archief: Natuur

Bij het eerste sappige jonge groen knipoogt de lente naar de zomer…
Permalink
donderdag december 1, 2011 om 12:58
· Archief: Natuur
Kleurrijke gasten rond mijn vogelvoederplek fleuren de sombere dagen op…

…en eten in twee weken al mijn vetbollen op. Noodgedwongen maak ik een zonnepitvoederfles.
Permalink
dinsdag november 29, 2011 om 12:36
· Archief: Tuin & Landschap, Kunst

Deze keer had ik weinig zin in mijn verblijf in Amsterdam want ik was juist zo ‘lekker bezig’ op ons landgoed Sévricourt. Vooral de takkenpoort die ik voor mijn vertrek begonnen was, bleef in mijn hoofd spoken. Na mijn aankomst ben ik dan ook gelijk daarmee verder gegaan. Het geheel moet volume krijgen en is zo’n 4 meter hoog. Dat betekent veel hout aanslepen… met de kruiwagen van de overkant van de beek. We hebben een sprokkelcontract afgesloten met de eigenaar van het gekapte perceel aldaar dus we hoeven niet meer stiekem ’s ochtends vroeg, tijdens de franse lunchtijd of ’s avonds te sprokkelen. Pierre haalt zijn four-wheel-drive auto erbij en met aanhanger gaan we door de beek en kunnen nu meteen flink brandhout verzamelen.
Nu heb ik flink wat grote takken die ik normaal met touw en hand moet slepen.
Na een paar dagen is de takkenboogpoort af. Al zal ik de komende tijd nog wel hier en daar wat opvullen of een mooi stuk gevonden hout als extra ornament toevoegen.

Permalink
zaterdag november 26, 2011 om 12:35
· Archief: Dagboek
In mijn afwezigheid is ook Pierre du Moulin aan het stapelen geslagen. De oude haagbeuk is opeens een prachtige robuuste houtsculptuur geworden. Ook Timmerman is bezig met takkenrillen. Na één jaar op ons afgelegen landgoed zijn we alledrie overtuigd stapelgek geworden.
Permalink
vrijdag november 25, 2011 om 18:25
· Archief: Natuur
Permalink
dinsdag november 8, 2011 om 18:23
· Archief: Natuur, Tuin & Landschap, Kunst
De westkant van het terrein wordt grotendeels in beslag genomen door een nogal kale grasheuvel met een recht traliehekwerk en uitzicht op de kale grasheuvel van de buurman. Tegen het hek mag best wat begroeiïng komen. Dit voorjaar heb ik er bramen geplant maar het is er zo droog, dor, kaal en winderig dat ze nu in november pas beginnen te groeien. Al eerder is me opgevallen dat onder een bos takken van alles gaat groeien - door de extra schaduw en vocht - dus ik besluit maar een bos takken te gaan aanbrengen. Nadat ik een rand takken neergooi zie ik vanuit de verte er niets meer van terug en het idee was ook om het hek wat te camoufleren. Dat moet anders kunnen. Ik wil een raamwerk van grillige takken stapelen dat als onderstel dient voor de daarboven ‘zwevende’ takkenril. Ik heb ook het hekwerk om wat takken in te haken.

Het werk is een soort omgekeerd Mikado. Heel voorzichtig leg en zet ik de takken neer en bouw een dragende constructie. Als ik er uiteindelijk een laag takkenafval op stort wordt het geheel stevig en sterk.
De koeien komen langs en kijken met belangstelling toe. Even later beginnen ze zich opeens met zijn allen te schurken aan de takken die door het hek steken. Alles schudt en beeft maar de takkenril houdt het gelukkig. Dan kan ik ook gerust zijn dat ie stormbestendig is.

Ik bedenk dat het wel leuk is om een ‘aftakking’ te maken die het terrein op slingert. Nadeel daarvan is dat Pierre dan wordt afgesneden van de route naar onze ’sterrenwacht’. Dit is een plateau boven op de heuvel waar straks Pierre’s sterrenkijker komt te staan. Nou ja, als ik toch met takken de hoogte in ga stapelen stapel ik wel een poort!
Ik maak een begin maar kan niet verder want ik ga binnenkort weer naar Nederland… bah… en ik moet nu toch écht het plafond van de woonkamer gaan dichten! Wordt dus ook weer vervolgd…

Permalink
zondag november 6, 2011 om 11:00
· Archief: Tuin & Landschap

Langs de oever van de winterbeek die over ons terrein loopt maak ik een stenen walletje om de grond wat meer te beschermen tegen de grote hoeveelheid water die hier in de winter bij tijd en wijle langstroomt. Alleen bij extreem hevige regenval of bij veel smeltwater ineens is het een beekje. De rest van het jaar is het een droge geul die zomers dichtgroeit met allerlei planten, vooral brandnetel zoals overal op het terrein.
Ik heb een paadje vrijgemaakt van brandnetels zodat ik makkelijk stenen kan aanvoeren. Onmiddelijk opent zich een rustiek dichtbijgezichtje dat ook de prachtige oude haagbeuken in al hun glorie laat zien. Dus besluit ik van de wal gelijk maar iets leuks te maken want de rest van het jaar moeten we er ook naar kijken. Een soort grillige en sierlijke ‘landschapskunst’ staat me voor ogen en ik begin een golvende lijn stenen te stapelen. Wederom met stenen uit de ruïne, ditmaal met exemplaren die te klein zijn om muurtjes mee te stapelen.

Ik zoek eigenlijk nog een mooi object om er bij te plaatsen. Opeens denk ik aan een enorme wortelknol die Wilgenman en ik afgelopen zomer samen met drie lieren uit de beek hebben getakeld. We waren er de hele middag mee bezig en toen hij eenmaal op de twee meter hoge oever gehesen was ontschoot mij de moed om het ding helemaal naar huis te slepen. Loodzwaar was ie! Nu nog verzadigd met water. “Dan de knol eerst maar laten indrogen… dat scheelt kilo’s… en volgende keer ophalen”, zei ik tegen Wilgenman.

Samen met Timmerman ga ik kijken of er al beweging in de knol te krijgen is. Hij blijkt inderdaad goed ingedroogd te zijn en we kunnen hem met enige moeite omrollen. Timmerman heeft er zin in en gesteund door zijn elan rollen we hem binnen een half uur naar de weg. Het is al bijna avond en ik ben ook gelijk kapot. “Morgen van de weg door de beek rollen tot aan ons hek, en overmorgen naar de plek op het terrein”, stel ik voor. We bedenken ondertussen andere vervoersplannen en besluiten de volgende dag met de aanhanger tot aan de beek te rijden en de knol door de beek te rollen en dan met een lier op de aanhanger te hijsen. Zogezegd zo gedaan… Timmerman gaat wederom loos op het object.

Binnen het uur ligt de knol op zijn plek langs het beekje. Ik kan weer verder gaan stapelen…
Permalink
vrijdag november 4, 2011 om 09:59
· Archief: Natuur, Dagboek

Ratten hebben een slechte reputatie merk ik iedere keer weer. Als het woord rat valt, gaat het vaak in één zin gepaard met woorden als uitroeien, ziekte, afschieten e.d.
In alle gevallen gaat het hier om de over de hele wereld verspreide ‘gewone’ Bruine rat (Rattus norvegicus) die tevens bekend staat onder de namen rioolrat, stadsrat, waterrat, laboratoriumrat, tamme rat of gewoon ‘rat’.
Wie de beestjes ziet rondlopen kan nauwelijks snappen waar ze die reputatie vandaan hebben behalve uit slechte ervaringen… ooit… in de diepe middeleeuwen toen ze de pest brachten… maar misschien kwam de pest toen ook al met kippen mee. Op ziektegebied hebben we tegenwoordig niets meer te duchten van ze… er zijn jaarlijks enkele gevallen van de Ziekte van Weil maar dat is altijd door import uit andere landen, meestal van ver bijvoorbeeld uit Afrika. Daarmee hebben we tevens het grootste ziekteverspreidende zoogdier te pakken: de mens. Deze raast voor de lol de hele wereld rond, het liefst afgelegen gebieden bezoekend, en laat daarbij een spoor van ziektes achter zich, dat zich soms met een snelheid van 10.000 km per dag verspreidt.
Na de mens hebben we meer te duchten van onze varkens, koeien en pluimvee!
Kortom: de mythe van ratten als ziekteverspreiders is ver VERLEDEN TIJD! Ik wil er vanaf nu niet meer van horen!
Verder is het enige grote nadeel van ratten onze slordigheid met afval en hun gebit: ze kunnen soms aan dingen knagen waar we zelf duurzamere plannen mee hadden. Maar ja, dat staat in geen verhouding tot wat wij hen allemaal aandoen.
Als ode aan dit leuke tuindiertje heb ik een compilatie >> gemaakt van het gezellige gescharrel en geklauter rond mijn caravan.
Permalink
donderdag november 3, 2011 om 09:58
· Archief: Natuur, Tuin & Landschap

Takkenrillen kun je nooit genoeg hebben. Om wat te variëren ben ik afgelopen jaar gaan stapelen met takken. Ik noem het bij gebrek aan beter maar een ’stapelril’ hoewel ik toch eens moet uitzoeken wat het woord ‘ril’ nou eigenlijk behelst. Wanneer is iets een ril? Nou ja, ik stapel er niet minder om en het is leuk om een beetje te beeldhouwen met dood hout. Of is ‘beeldleggen’ hier een beter woord voor?
Wederom nou ja … de padden en salamanders zal het een worst wezen, zij kunnen nu van de geul naast ons terrein makkelijk veilig oversteken naar de oever van ons meertje en er ’s winters gelijk blijven hangen om de koude nachten te doorstaan.

Langzaam begint het terrein om mijn caravan op een tuin te lijken. De vlakke oeverstrook krijgt meer reliëf en structuur. De lokale ratten blijken er in ieder geval tevreden mee en gebruiken mijn tuin als speelhof en ook deze vers verschijnende Honingzwammen zijn al tevreden.
Permalink
maandag oktober 31, 2011 om 15:05
· Archief: Natuur, Tuin & Landschap, Insecten
Het wordt tijd voor een uitgebreid appartementencomplex op ons terrein want we willen honderden zo niet duizenden gasten aantrekken die hier permanent komen wonen, die het hier naar hun zin hebben en zo nu en dan het nodige nuttige werk verrichten. Ik heb het dan wel over insecten, spinachtigen, reptielen, amfibieën en vogels. Daarom begin ik met de bouw van een enorm insectenhotel. Deze komt aan de oostkant van de moestuin en werkt meteen als afscheiding tegen de koude ooster winterwind.

De materialen voor de onderste appartementen haal ik – met hulp van Pierre – uit de ruïne: kapotte dakpannen, bouwblokken en bakstenen van allerlei aard. Er liggen ook overal stenen met gaten erin… kant-en-klare woningen die zo betrokken kunnen worden.

Al doende ben ik ook al begonnen met het ontruimen van de ruïne. Een hoogmoedig plan want het opknappen van dit appartementencomplex staat pas gepland in 2020… de natuur heeft voorrang! Totaal wordt het ‘insectencomplex’ zo’n 6 meter lang. Wat ik nu kan doen is al snel klaar. Voor de rest moet ik op zoek naar bamboe, riet en andere holle stengels en ook kan ik nog stammetjes hout stapelen waar ik gaten in boor. Wordt vervolgt…

Permalink
zaterdag oktober 29, 2011 om 15:07
· Archief: Tuin & Landschap
Vorig jaar toen we net ons landje hadden en een eerste kennismakingsvakantie hielden, ben ik meteen begonnen met oefenen van stapelen met natuursteen. Ik had het jaar daarvoor al eens in de Ardèche wat plantenbakken gestapeld maar ik was toen nog maar net begonnen of we gingen al weer weg.
Al jaren dus jeukt de stapelzin en nu was mijn kans om het eens echt uit te proberen. Dit ‘vrije stapelwerk’ zie je overigens overal in europa, hier gebeurt het met lichtbruine kalkzandsteen. Het stapelen is eigenlijk een vak waar je vele jaren over doet om het te leren… zelfs echte vaklieden zeggen nog ‘iedere dag bij te leren’.
Ik heb dan ook niet de illusie er veel van te gaan bakken maar dat is nog geen reden om het niet te doen. Ik heb dus noodgedwongen maar minder bezwaar tegen wat grotere kieren en minder vlakheid…
Eerste oefenobject is een podium voor de watertank voor de broodnodige regenwateropvang…
Aan de slag dus! Met wat oude balken als toplaag kan het resultaat er best mee door… !?!? Hopen dat het blijft staan.

Ook met duizend liter water blijkt het geheel stevig en solide dus een tweede moet er ook maar snel komen voor aan de andere kant van het dak. Na een klein begin duurt het een jaar en rond ik het nu eindelijk af.

Ondertussen ben ik ook al begonnen aan het maken van een plantebak van gestapelde steen bij de ingang. Dan kan ik daar gelijk een parkeerplaats mee uitzetten. De stenen hiervoor haal ik weer binnen handbereik uit de ruïne… wederom is er Pierre die me af en toe bijstaat met het tillen van al die zware jongens!
Dit is wat moeilijker dan de watertanksokkels want ik moet me nu boven aan een vaste breedte houden van de muur omdat buiten-, boven- en binnenkant vlak moet worden. Aan de onderkant kan ik nog wat smokkelen door sommige stenen wat dieper te leggen.

Het valt inderdaad niet mee. De kunst is om veel stenen om je heen te hebben liggen zodat je veel keuze hebt tijdens het puzzelen.
Hier en daar ligt het toch een beetje wankel… ik ga alles straks maar voegen met metselspecie… dan verschuift het niet meer… wel met specie volgens ouderwets recept.

Wordt vervolgd…
Permalink
donderdag oktober 27, 2011 om 21:24
· Archief: Natuur, Tuin & Landschap
Permalink
dinsdag oktober 25, 2011 om 21:23
· Archief: Dagboek
Houtvonkjes spinnen vuurdraden in mijn camera…
Permalink