Archief voor Insecten
overwinteren
Als ik in bed lig kijk ik tegen diverse kluitjes aan die in de hoeken en rand van het plafond kleven. Het zijn opeengehoopte Lieveheersbeestjes die samen overwinteren. Als ik dagenlang de kachel stook worden enkele lieden onrustig en gaan aan de wandel.
Dambordje
Het Dambordje (Melanargia galathea) is hier zo gewoon dat ik steeds verzuimd heb om hem te fotograferen. Op het domein vliegen er honderden. Ze zijn vooral verzot op de nectar van Knoopruid (Centaurea jacea).
Keizersmantel
Nu ik een paar dagen vrij heb zit ik a twee dagen in een campingstoel Klimophoutjes te pellen. Lekker om eens even niets te hoeven doen. Heb ik ook weer eens tijd om wat te gaan fotograferen.
Het is dit jaar hier een slecht vlinderjaar en dat komt – ondanks het goede weer de laatste weken – niet meer goed. Er vliegen enorm veel Keizersmantels (Argynnis paphia) rond. Hier het mannetje, deze heeft typische vlekken die aan een enterhaak doen denken op de onderkant van de bovenvleugel.
Sint-jansvlinder of bloeddropje 2
De Sint-jansvlinder of bloeddropje (Zygaena filipendulae) lijkt wel wat op de Sint-jacobsvlinder (Tyria jacobaeae) waarvan ik de rupsen – de zogenaamde zebrarupsen – hier overal zie op het Jakobskruiskruid (Senecio Jacobea).Ook hier zie ik geen Sint-jacobsvlinders of Sint-jansvlinderupsen (zie 4 juli 2006).
Dat steekt en vraagt om een vlinder-rupsen-safari…
Vliegend hert
Vanochtend zit er opeens een Vliegend hert (Lucanus cervus) in het huisje op de zijkant van mijn verse natte bank. Fijn dat hij zich hier ook thuis voelt! Ik zet hem toch maar buiten op een stuk schors dat staat te drogen om als dakbedekking of zoiets te gaan dienen.
Was het twee weken geleden meikevertijd, deze week vliegen de Vliegende herten ons om de oren. Het zijn allen vrouwtjes. Ze missen de beruchte geweien hoewel de kaken geduchter zijn.
Smakelijke melkzwammen
Gelukkig is het Wildplukkerbloed weer snel terug bij de vondst van heerlijke Smakelijke melkzwammen (Lactarius deliciosus) in het vertrouwde sparrenbosje. Deze worden morgen misschien in een saus verwerkt, samen met gewelde gedroogde abrikozen, sinaasappel en franse kwark.
Wildplukker is op stap met Gandalf om de paddenstoelenstand in het bos te inventariseren. Helaas is het bar gesteld.
In het sparrenbos wist een plukkende Fransman ons te vertellen dat het een slecht jaar is. “De bovenlaag is wel nat maar door het wegblijven van regenbuien dringt het water niet naar dieper door en zwellen de mycelia niet op”, wist hij ons geleerd uit te leggen. Hij is amateurmycoloog, vertelt hij ons. Een heksenschermpje waar het bos mee vol staat wist hij niet te herkennen… waarschijnlijk omdat je die niet kan eten. Het woord ‘comestible’ kwam opvallend vaak over zijn lippen en hij had een mand vol paddestoelen. We vermoeden dat ons vooroordeel weer bewaarheid wordt: de natuurliefde van de Fransman gaat door de maag.
Op de terugweg komen we weer dezelfde opvallende rups tegen als aan het begin van de heuvel. Had hij ondertussen twee kilometer gelopen?
Voorsterbos en Waterloopbos
Dat ook Wildplukker goed smaakt, bewees deze Grote weerschijnvlinder door op mijn hand te zitten en het zout van mijn duim te likken…
Een rondje met de WMOIJ in het Voorsterbos, waaronder ook het Waterloopbos valt, leverde leuke dingen op.
Het Waterloopbos is het voormalig Waterloopkundig Laboratorium waar onder andere de Deltawerken getest werden. Het gebied is daardoor een vreemd dood museum, doorspekt met verrassende natuur.
Deze rupsen wist niemand van de groep van twintig op naam te brengen. De houding van de rupsen heb ik ook niet eerder gezien.
We eindigden bij de vijver naast de werkschuur van Natuurmonumenten waar prachtige Waterlelies pronkten.
Larserbos
Hoewel het Larserbos een natuurgebied/park vlak onder Lelystad is, nieuw bos dus, doet het al oud en rijp aan. De grootste bomen zijn al op leeftijd, er is reliëf en hier en daar zijn er mooie waterpartijen die Engelslandschapachtig aandoen.
Verrassend leuk om te wandelen, al was het maar om een bever te zien: enkele ontsnapte exemplaren hebben hier een onderkomen gevonden. Ook is het nog avontuurlijk want bijna alle bruggen zijn vervallen en verrot…
Het Larserbos is OK!
wilgenjacht 1
Vlechthonger
Om aan zijn vlechtbehoefte te kunnen voldoen voor het maken van een zodenbank, ging Wildplukker eergisteren op zoek naar wilgen in de omgeving.
Dit deel van Frankrijk is beroemd om zijn vannerie, ofwel vlechtkunst. De enige academie voor dit ambacht vinden we ook hier ergens in Frankrijk. Aangezien men vooral met wilgentenen placht te vlechten, moeten hier dus wilgen te vinden zijn, dacht Wildplukker.
Het tweede idee is om hier op het Domein een wilgengriend aan te leggen voor de toekomst.
Langs de beek leek een goede start, wilgen houden wel van natte voeten…
Hier was niet snel iets te vinden… dan maar verderde stroomopwaarts de vallei in…
Zoeken, zoeken, zoeken… nergens wilgen te vinden.
In Nederland vallen ze doorgaans snel op door de wat grijzige matte bladeren maar hier was niets te zien dat er ook maar enigszins op leek.
Wel schieten al wadend de schaatsenrijders om me heen. De vrouwtjes doen het schaatswerk, de mannetjes zitten op hun rug terwijl ze het vrouwtje berijden.
Uiteindelijk trof ik enkele boswilgen en kraakwilgen aan maar de eersten zijn te veel vertakt en de laatsten breken te snel. Deze bleken opeens wel overal te staan… helaas niet de goede soort…
Wildplukker gaf het getergd op.
De queeste
Naamgenoot Pierre Du Moulin is hier op Domain de Moiron een langdurig verblijfende gast en deelt met Wildplukker Le Gardien, een klein voormalig arbeiderscomplexje met zes kamers en een gezamenlijke keuken en badkamer. Wildplukker bivakkeert op de twee kamers linksboven, Pierre de twee aangrenzende kamers rechtsboven.
“Ik heb een queeste”, sprak Wildplukker deze ochtend Pierre toe, het probleem van de wilgen voorleggend. Pierre is wel te porren voor missies dus togen we in zijn four-wheel-drive naar de vallei van de Marne, noordwaarts. Deze niet onaanzienlijke rivier zal op zijn oevers ongetwijfeld vele wilgen herbergen…
Twintig km Marne en dertig km heuvels verder waren we nog steeds wilgenloos. We gaven het op en besloten via een bekende vallei met beek vanuit het oosten terug te rijden naar het Domein.
Vijf kilometer voor het einde van onze rit vonden we eindelijk enkele schietwilgen. Joepie!
Wildplukker heeft een grote tak tot vier flinke stekkenstaken kunnen zagen, maar durfde niet te veel van de boom af te halen daar deze duidelijk bij het landje van een boer hoorde. Meer geschikte wilgen vonden we niet dus beëindigden we onze missie met een schrale oogst.
Tijd van bezinning
Vandaag heeft Wildplukker de desbetreffende boom in zijn hebzucht nogmaals ontdaan van twee flinke zijtakken en dit leverde totaal twaalf extra stekken op. Ze staan nu allen in de delta van het stuwmeer hier, samen met enkele stekken van een middelgrote wilg die hier gewoon voor de deur bleek te staan. Deze gaat volgend jaar zeker 80 stekken opleveren. Tsja…
Artemisvlinder
Tegen de avond in een verruigde strook langs de beek. Een Artemisvlinder – net uit de pop gekomen – kiest een hoge top in het strijkende avondzonlicht om zijn vleugels vol te pompen, zich uit te strekken en een leven als vlinder te beginnen. Een wants kruipt nog even langs een grasspriet omhoog om de laatste zon te vangen voor deze achter de heuvelrug verdwijnt..



























