`

Archief voor Planten

Gewone vleugeltjesbloem

Klik

De Gewone vleugeltjesbloem (Polygala vulgaris) vormt samen met de Liggende vleugeltjesbloem en de Kuifvleugeltjesbloem in ons land de Vleugeltjesbloemfamilie (Polygalaceae).
De Gewone vleugeltjesbloem is de wat minder kieskeurige van het stel en kan op verschillende plekken en bodemsoorten voorkomen, droog of nat. Wel heef ze een hekel aan voedselrijkheid en bemint zij het licht. Ze zijn te vinden op plaatsen waar ook orchideeën kunnen voorkomen en ze is ook een indicator van plekken waar andere zeldzame tijdelijk optredende bijzonderheden voorkomen. Als je de plekken kent, in de gaten houden dus!
Ze varieert erg in kleur,van lichtrose tot paars en soms zefs bijna wit. De exemplaren die ik hier vond zijn allemaal fel ultramarijn.

Klik

Reactie (1)

Purperorchis

Klik

De Purperorchis is in Nederland een zeldzaamheid uit Zuid-Limurg geworden maar bloeit hier nog volop. Alleenstaand of in kleine groepjes vallen ze op door de aubergine-tinten in de helmpjes, door de bladeren die er uitzien alsof ze gelakt zijn en door de paarse stippeltjes op de lippen.

Reacties

ruighoofden

Klik

Sommige bloemen loop je in de natuur zo voorbij omdat ze elke herkenbare vorm negeren en hun ‘eigen ding doen’. Onopvallende bloemen van ruigere allure maar nader beschouwd misschien wel de mooiste.

Reacties

iepensneeuw

Voor wie tussen de iepen woont, het is weer iepensneeuwtijd!

Klik

Klik

Klik

Klik

Reacties

van Valkenburg naar Gulpen

Klik

Het gezelschap had vandaag de ambitie om van Valkenburg naar Slenaken te wandelen, zo’n twintig kilometer over heuvels en door dalen.

Klik

De plek en de vakantieperiode deden ons met vele andere wandelaars in processie schuifelen over uitgezette paden. Niet des Wildplukkers, maar Limburg is nu eenmaal populair.
De natuur is in volle hevigheid losgebroken in lentestuipen van bloei, groei en expansie. De paardenbloemen zijn in hun nadagen al gaan de enkelingen bijna het hele jaar door. Het was broer opgevallen dat er heel vaak een toefje op de pluizenbol zit. Het is een restje van het bloemhoofdje en het bleek op bijna de helft van de paardenbloemen aanwezig te zijn.

Klik

Paarden uit iets grotere stal waren eveneens een opvallende verschijning in het Limburgse landschap. Ik heb het over de paardenkastanjes. Overal schitterend bloeiend in roze, witte en veelkleurige toortsen. Heeft u wel eens van dchtbij gekeken hoe mooi ze bloeien?

Klik

Wegens teveel filmen, fotograferen en anderszins dralen, plus de algehele vermoeidheid bij enkele leden besloten we het in Gulpen met bier, bitterballen en vlammetjes voor gezien te houden.

Reacties

lummelen langs de Linge

Vandaag ging Wildlukker met Wilgenman op griendenjacht. Speciaal voor de website die Wildplukker maakt voor de Vereniging van Vlechters moesten er wat foto’s komen van wilgengrienden. Dit zijn akkers met wilgen waar ze wilgentenen oogsten voor oa. de vlechtindustrie.
Eerst naar Boer Wilg in Zijderveld:

Klik

Hij liet ons van alles zien maar kon ons niet echt helpen aan oude grienden. Hij heeft tegenwoordig vooral maaigrienden: een echte akker die jaarlijks afgesneden en geplet wordt.
Wij zoeken echter grote-knot-knollen-grienden!
Verder naar het volgende door Wilgenman uitgestippelde adres, Van Schaik 30 kilometer oostwaarts in Ingen:

Klik

Dit familiebedrijf blijkt een tenenverwerker van industrieel formaat: vooral het wiepen van tenen voor de dijkverzwaring. Wiepen zijn in netten gebundelde wilgentenen. Het is tevens het werkwoord voor het maken ervan. Indrukwekkende stapels tenen van wel 12 meter hoog staan overal op de velden. Opa en kleinzoon staan grote tenen te sorteren voor het maken van vlechtwanden terwijl anderen de dunne resten machinaal wiepen.

Maar ook hier geen grote knollen. We besluiten om de Linge af te schuimen en gaan weer naar het westen.
Direct van de grote weg af hebben we meer geluk, eerst een griend aan de overkant van het water, dan een buurtgriend langs de dijk met uitzicht op Asperen en tenslotte een prachtige griend van – bij navraag – een rijke dame. Na tevergeefs aangebeld te hebben om toestemming te vragen, klimmen we wat hekken over en springen over de sloot naar de privégriend. Na vijf minuten spurt een vrouw onze richting op met het gezicht op onweer. “Wat moet dat verdomme in mijn griend”, bleek zij te denken. We werpen onze charmes in het gevecht en overtuigen haar van onze goede bedoelingen en mogen onze gang gaan:

Klik

Tevreden en geslaagd in onze missie rijden we verder. Alles wat we nu vinden is extra. Dit extraatje dient zich 15 kilometer later aan langs de prachtige Diefdijk. We dringen ons weer binnen op privéterrein maar hier wacht ons een warmer onthaal. In het veld werkt een man die zwaait en ons wenkt. Hij zag Wildplukker uit de verte aan voor een leuke dame toen deze de auto uitstapte, aldus de man. “Valt dat even tegen”, pareert Wildplukker. Dat wilde de man nou ook niet direct zeggen.
We raken aan de praat. Wilgenman vraagt van alles over de griend aan de man. De man is een gepensioneerde natuurbeheerder en slijt zijn dagen in een prachtige dienstwoning die hij heeft mogen overkopen van het Zuidhollands Landschap na 30 jaar gedane arbeid. Achter zijn huis bevindt zich de toegang tot een prachtig voor publiek gesloten natuurreservaat. De griend houdt hij nog op ecologische wijze bij … bij wijze van hobby.

Klik

We kletsen wat over natuurbeheer en over onze bedoelingen hier en hij vertelt volluit … we leren in een half uur veel. Aanvankelijk schatte hij ons in als stadse fratsenmakers die weinig van de natuur weten. Gaandeweg wordt hij enthousiaster als hij merkt dat we helemaal geen stadse doetjes zijn. Als Wildplukker tijdens het gesprek laat ontvallen: “Hé, een Hoornaar”, naar een voorbijvliegende grote wesp die inderdaad bekend is bij de man, is hij om: we zijn ook van ‘de club’.
Als Wildplukker vraagt of er Steenuilen of Dwerguilen op de griend en de omliggende natuur afkomen, daagt hij ons uit. “Hebben jullie wel eens jonge bosuilen gezien?”, vraagt hij.
Hij neemt ons mee in het reservaat naar een holle wilg langs het pad…

Klik

Reacties (5)

katjes 3

Reacties

katjes 2

Reacties

Daslook

Klik

Wie nu een stadspark bezoekt of schaduwrijke plekken in de natuur afstruint, heeft een redelijke kans om Daslook tegen te komen. Dit verre wilde familielid van de ui komt in het voorjaar op uit haar ondergrondse ‘uitjes’ en is een unicum in de keuken: de brede slappe bladeren hebben een zachte, knoflook-ui-achtige smaak maar met een eigen ‘timbre’.
Maar let op: men eet de brede bladeren die men mogelijk zou kunnen verwarren met de giftige Gevlekte aronskelk die op dezelfde plekken kan voorkomen in ongeveer dezelfde periode. Deze laatste echter heeft enkele stevige wasachtige bladeren die doorgaans bruingevlekt zijn en zeker niet naar knoflook ruiken.

Klik

Eenmaal in bloei is de Daslook helemaal herkenbaar door haar witte bolle bloemschermen die enigszins op de bloeibollen van de gewone ui lijken maar dan dunner bezaaid met bloemhoofdjes.

Klik

Wildplukker heeft inmiddels een toef op zijn balkon staan, op verzoek weggegraaid uit het Flevopark door een bevriend gepensioneerd stel. Deze zien er zo onschuldig uit dat ze iets uit een openbaar park kunnen spitten zonder in de problemen te komen. Bedankt Friends!

Reactie (1)

Woldstrand en Erkemederstrand

Klik

Vandaag met de WMOIJ op stap. De paardenbloemen laten nog op zich wachten maar wel overal Madeliefjes. Gekke naam eigenlijk. Heeft het iets met maden van doen?
Ook zij is een samengesteldbloemige, kwam ik tot de ontdekking bij het nader bekijken van het gele hartje: de gele puntjes zijn kleine vijflippige bloemetjes.

Klik

Reacties

modder

Klik

De regen heeft overal haar sporen nagelaten behalve in de lucht. Deze is helder en blauw. Dus gaan we lekker wandelen. Veel modderstromen en om de een of andere reden zwerven er overal walnotendoppen in de omgeving. Mens of beest?

Klik

De eerste lentebloemen ontluiken. Zoals dit Klein hoefblad die net als het Groot hoefblad eerst bloeit en dan pas in haar blad komt. Aan deze close-up kun je zien dat het een zogenaamde composiet is – een lid van de composietenfamilie – oftwel een ’samengesteldbloemige’: de eigenlijke bloemen zitten in het midden en lijken samen de kern van een grotere schijnbloem. De buitenste blaadjes zijn eigenlijk geen bloemblaadjes maar een omhulsel, maar what’s in a name. Het geheel ziet er zo uit als één bloem.
De Composieten zijn met de Orchideëen de grootste plantenfamilie, met wereldwijd twintig- tot dertigduizend soorten. Bekende soorten zijn de Paardenbloem en de Zonnebloem.
Bij de laatste staan de eigenlijke bloembedjes samengewrongen in een prachtig patroon van kruisende spiralen. Ook alle distels zijn Composieten, dus ook de Artisjok, die weer een distelsoort is. Bij de Artisjok eten we het samengestelde bloembedje – het ‘hartje’ – en pellen we de stugge ‘omhulsels’ er af.
Ook de eerste Sleutelbloemen laten zich zien:

Klik

Ook hier vinden we Bosveldkers, dus die gaat mee voor in de soep vanavond.

Reacties

· Volgende berichten »