`

Archief voor Natuur

Het gewone leven van de rat

Ratten hebben een slechte reputatie merk ik iedere keer weer. Als het woord rat valt, gaat het vaak in één zin gepaard met woorden als uitroeien, ziekte, afschieten e.d.
In alle gevallen gaat het hier om de over de hele wereld verspreide ‘gewone’ Bruine rat (Rattus norvegicus) die tevens bekend staat onder de namen rioolrat, stadsrat, waterrat, laboratoriumrat, tamme rat of gewoon ‘rat’.

Wie de beestjes ziet rondlopen kan nauwelijks snappen waar ze die reputatie vandaan hebben behalve uit slechte ervaringen… ooit… in de diepe middeleeuwen toen ze de pest brachten… maar misschien kwam de pest toen ook al met kippen mee. Op ziektegebied hebben we tegenwoordig niets meer te duchten van ze… er zijn jaarlijks enkele gevallen van de Ziekte van Weil maar dat is altijd door import uit andere landen, meestal van ver, bijvoorbeeld uit Afrika. Daarmee hebben we tevens het grootste ziekteverspreidende zoogdier te pakken: de mens. Deze raast voor de lol de hele wereld rond, het liefst afgelegen gebieden bezoekend, en laat daarbij een spoor van ziektes achter zich, dat zich soms met een snelheid van 10.000 km per dag verspreidt.
Na de mens hebben we meer te duchten van onze varkens, koeien en pluimvee!

Kortom: de mythe van ratten als ziekteverspreiders is ver VERLEDEN TIJD! Ik wil er vanaf nu niet meer van horen!

Verder is het enige grote nadeel van ratten onze slordigheid met afval en hun gebit: ze kunnen soms aan dingen knagen waar we zelf duurzamere plannen mee hadden. Maar ja, dat staat in geen verhouding tot wat wij hen allemaal aandoen.

Als ode aan dit leuke tuindiertje heb ik een compilatie >> gemaakt van het gezellige gescharrel en geklauter rond mijn caravan.

Reactie (1)

Insectenhotel 1

Het wordt tijd voor een uitgebreid appartementencomplex op ons terrein want we willen honderden zo niet duizenden gasten ontvangen die hier permanent komen wonen, die het hier naar hun zin hebben en bij wijze van betaling zo nu en dan het nodige nuttige werk verrichten…

Ik heb het over insecten, spinnen, reptielen, amfibieën en vogels.

Daarom begin ik met de bouw van een enorm insectenhotel. Deze komt aan de oostkant van de moestuin en werkt meteen als afscheiding tegen de koude ooster-winter-wind.

De materialen voor de onderste appartementen haal ik – met hulp van Pierre – uit de ruïne: kapotte dakpannen, bouwblokken en bakstenen van allerlei aard. Er liggen ook overal stenen met gaten erin… kant-en-klare woningen die zo betrokken kunnen worden.

Al doende ben ik ook al begonnen met het ontruimen van de ruïne. Een hoogmoedig plan want het opknappen van dit appartementencomplex staat pas gepland in 2020… de natuur heeft voorrang! Totaal wordt het ‘insectencomplex’ zo’n 6 meter lang. Wat ik nu kan doen is al snel klaar. Voor de rest moet ik op zoek naar bamboe, riet en andere holle stengels en ook kan ik nog stammetjes hout stapelen waar ik gaten in boor.

Wordt vervolgt…

Reacties

herfst Sévricourt 2011

Reactie (1)

Vos

Op dag twee van mijn verblijf hier vind ik in de afgedekte strobaal vier kittens van onze lokale verwilderde zwerfkat. Daar zitten we echt op te wachten in onze kleine ecologische enclave! Dat zijn weer vier roofdieren die jaarlijks weer duizenden vogels, vlinders en andere dieren om zeep helpen. Maar natuur is natuur dus de moeder en haar jongen zoeken het maar uit! We besluiten om geen zorg voor ze te dragen… nature vs nurture beslist in het voordeel van nature. Moeder sleept het gezin weg en we zien wekenlang niets meer. Af en toe vragen we ons af of ze nog leven want moeder wordt enkele malen ver weg in haar eentje gesignaleerd. Wellicht hebben de uilen en vossen haar al beroofd van haar kinderen.

Als we vijf weken later gepiep horen in de ruïne loopt daar een van de kittens alleen rond. Het is een klein zwart-wit getekend en op het oog goed gevoed katje. Ze heeft een wat stomp hoekig lichaam en een korte staart, duidelijk lijkend op haar vader die we van het voorjaar hier even hebben zien rondscharrelen. Een paar dagen eerder is mijn gaste Waterjuffer gearriveerd en maakt als enige gebruik van de buitentoilet. Ook ik heb even een dag geleemd bij de ruïne. Mogelijk hebben we de moeder weer verstoord… maar ze komt het jong vast nog wel ophalen! “Zijn de andere drie ook nog in leven?”, vraag ik me af.

Waterjuffer vind het maar niets dat we de kleine nog even aan haar lot overlaten en ze bekijkt me met een blik alsof ik een wrede dierenbeul ben. Ik ken haar nauwelijks dus voel me door haar blik des te wreder: mijn nature-houding verschuift van binnen toch een beetje richting nurture. Maar ik blijf volharden! Als Waterjuffer twee dagen later vertrekt beloof ik haar op te letten. Dezelfde avond zie ik het katje in de zon zitten op het dekzeil van de waterput. Ik grijp mijn kans om haar te vangen en heb haar meteen beet. Ze voelt toch wat mager aan en ik neem haar mee naar mijn caravan om haar wat te eten te geven. Daar gaat ons nature-principe… nurture it is! Er staat nog een pan pasta met champignons, liefdevol bereid door Waterjuffer, en ze werkt de brokken met grote schokkende bewegingen naar binnen, tevens pogend mijn vingers er bij op te eten. Haar tandjes zijn vlijmscherp!

In nog geen tien minuten is ze volkomen dociel geworden en zitten we opeens met een huiskat! Terwijl Timmerman en ik het avondmaal nuttigen kruipt ze steeds beurtelings over ons heen. Ze klimt tegen onze pijpen op of springt met veel bravoure vanaf het lage tafeltje omhoog, daarbij vaak missend en al hangend zich weer opklauterend, en kruipt op onze schoot, onze borst en in onze nek. Ze begint ook enorm te spinnen en ik wist eigenlijk niet dat zulke kleine katjes dat al deden.

Nadat het katje de avond met ons had doorgebracht werd het bedtijd… voor mij dan. Ik had voor haar een mandje gemaakt van een kartonnen doos en vier jute zakken… deze eerst bij het kampvuur gezet waar ze lekker warm kon liggen… ze kroop toch liever in mijn jas.
Ik kon haar absoluut niet mee naar binnen nemen ivm met mijn allergie dus moest ik haar op een gegeven moment toch maar buiten achterlaten… waar ze bleef piepen aan mijn deur. Ik heb het mandje toen maar bij mijn deur gezet en haar er nogmaals in gedaan. Na enkele minuten was ze stil. De reservemand die ik toch maar in mijn caravan gemaakt had voor als ik haar te zielig zou gaan vinden zo alleen buiten bleef gelukkig ongebruikt. Bovendien zou ik dan ook een precedent geschapen hebben die onomkeerbaar zou kunnen blijken.

De volgende ochtend lag ze braaf verstopt tussen de plooien van de jute zakken. Nu ik eenmaal wakker en opgestaan was bleef ze op mijn schoot klimmen en in mijn nek kruipen. Ze spinde dat het een lust was. Wat later gingen we samen op de koffie bij Timmerman waar ze opeens ook begon te spelen met van alles. Ik heb ook meteen wat verse visjes voor haar gevangen die ze met veel smaak opat.

De rest van de dag gingen we gewoon aan het werk en ze dreutelde maar zo’n beetje achter ons aan als we even in haar buurt waren. ’s Middags weer wat visjes gevangen maar ze had niet heel veel honger meer. ’s Avonds bij het avondmaal kroop ze weer over ons heen maar deze keer lag ze al snel lekker in een plooi van mijn jas te slapen. Timmerman en ik waren volledig om: één roofdier op het terrein was toch wel acceptabel… ze zou dan de natuurlijke rol van vos op zich nemen. Timmerman stelde voor om haar een naam te geven en opperde dan maar Vos vanwege haar toekomstige rol. Bij ons tweede gezamenlijke avondmaal filosofeerden we over onze gedeelde vaderschapsrol: haar wel of niet binnen nemen?… toch maar naar het kattenvrouwtje in het dorp brengen?

Even later zagen we op de heuvel de moeder jagen. Met een muis in haar bek liep ze richting de caravan van Pierre du Moulin. We probeerden haar te volgen maar verloren haar uit het oog. Een half uur later zagen we Ma wederom jagen in het gras op de heuvel en binnen korte tijd had ze weer een muis in haar bek. Ze vertrok in dezelfde richting, vermoedelijk naar de geul in het weiland achter Piere’s caravan. Met Vos in mijn jaszak togen we richting de geul.
Onmiddelijk vonden we moeder en we zagen eveneens Vos’ drie broers/zussen rondscharrelen… ze hadden het al die tijd overleefd! We besloten direct om Vos maar weer met het gezin te herenigen. Aanvankelijk was ze onwillig en liep steeds terug naar ons maar toen ik haar diep in de geul zette begon ze te snuffelen en rook opeens duidelijk haar familieleden. We lieten haar achter met moeder en andere kinderen die op zo’n vier meter afstand zaten te kijken.
Ons gedeelde vaderschap kwam hiermee abrupt tot een einde! Timmerman en ik liepen bedroefd terug en mistten haar meteen al. Het was heel gezellig en we hebben veel gelachen om haar capriolen… Vos, het ga jou en de jouwen goed! Maar dan liever wel ergens anders!

Later op de avond nog gechecked of Vos niet piepte of alleen rondliep… maar het hele gezin was vertrokken.

De dag erna zag ik vlak voor de lunch moeder over de heuvel lopen. Door de kijker zag ik twee jonge katjes achter haar aanlopen waaronder Vos. Ze liepen net buiten beeld en verdwenen in het maïsveld op de heuvel. Die avond zagen we moeder weer jagen. Met een muis in haar bek liep ze weer naar de geul, onderwijl steeds in de verte naar ons kijkend. Het bleek een afleidingsmanoeuvre want daarna sloop ze stiekem naar het maïsveld en ze verdween op de plek waar eerder de hele familie al haar heil gezocht had.

De avonden erna zien we moeder nog regelmatig jagen. De vier kittens zullen geen honger hebben de komende tijd want ze heeft meestal binnen een kwartier een muis! Wel maken we ons zorgen over de maïsoogst. Als er grote machines komen is hun leven in gevaar. Ik besluit enkele dagen later dus maar even te gaan kijken: dan kan ik een filmpje maken en dan verkassen ze door de verstoring vast meteen naar een betere plek! Ik zoek en zoek maar kan ze niet meer vinden. Ze zijn al weg gelukkig.
’s Avonds zien we moeder weer gewoon jagen en met prooi het maïsveld ingaan. Maar gelukkig: de volgende morgen zie ik de hele familie het weiland oversteken en terugkeren naar de geul achter Pierre. Voorlopig zijn ze weer veilig!

Het verhaal is voor ons vast nog niet ten einde dus wordt wellicht vervolgd!

Reacties

zon en maan

Als ik ’s ochtends naar de schuur loop en kijk naar de zonnebloem die de vroeg stralen vangt, zie ik de maan nog staan. Nog niet zo lang geleden ging ik slapen en vergezelde ze me ook al, toen nog de hemelkoepel overheersend.

Reacties

plooirokjes in de ochtend

Als de ochtenddauw nog niet is opgelost staan overal langs mijn snipperpad kleine inktzwammetjes, plooirokjes genaamd, met schitterende fragiele hoedjes het ochtendlicht te vangen. Als straks de zon begint te branden zijn ze binnen een half uur verschrompeld en verdwenen. Een tafereel dat mijn companen ontgaat omdat zij altijd later opstaan.

Reacties

Veenmol of Molkrekel

Terwijl ik een trapje graaf langs de vijver kom ik twee veenmollen tegen. Fascinerende beesten van een mooie lelijkheid. Gebleekt door hun ondergrondse leven en met de zachte schilden maken ze een tere indruk. Alleen kop en graafpoten zijn van een bovenwezenlijke sterkte en wijzen erop dat dit diertje onder de grond zijn mannetje wel kan staan.

Reacties

beverrat

We hebben al sinds de herfst een Beverrat in de vijver… sterker nog… aanvankelijk waren het er twee en we dachten met een stelletje te maken te hebben en verheugden ons al op gezinstaferelen in het voorjaar. Nummer twee is echter al sinds februari niet meer gezien. De Beverrat – laten we hem Nutria (Myocastor coypus) noemen want dat is een andere naam voor deze Zuid-Amerikaanse exoot – is een aquatisch knaagdier dat er een vegaterisch dieet op na houdt, alhoewel hij wel eens een enkele mossel eet en bovendien coprofaag is, ofwel stront eet. “Kun je de stront van bijvoorbeeld een vos als vegetarisch voedsel bestempelen?”, vraag ik me af.

Maar goed, hij is dus vegetarisch en dat blijkt iedere avond. Als wij rond de schemer voor mijn caravan aan het diner zitten, verschijnt rond dezelfde tijd de beverrat in de wilg aan de oostoever alwaar hij gaat knabbelen aan de jong twijgen. Als was het een satéstokje pakt hij met zijn voorpoten de twijg en haal deze door zijn bek en eet er de blaadjes af. Filmpje >>
Zo gaat hij ongeveer een half uurtje door en dan steekt hij over naar de westzijde waar hij de oever opklimt en gras begint te grazen tot de nacht valt en we hem uit het oog verliezen. Sappige wilgenblaadjes kan ik nog begrijpen, maar waarom hij gras verkiest boven de heerlijk uitziende lissenzaaddozen is mij een raadsel.

Wel zijn we bang dat er water uit het meer zal verdwijnen naar de geul ernaast want de beverrat maakt gangen tot wel zes meter diep. We houden hem in de gaten!

 

Reacties

vliegen in het gareel

Op een oud tafeltje zitten vliegen opvallend in het gareel en ik vraag me af… waarom juist daar en waarom zo netjes op een rij?

Reactie (1)

roze kwartiertje

Iedere avond is er vlak voor de schemer invalt even een rood-roze hemel, het ‘roze kwartiertje’. Deze avond veegt een bijkomende regenboog een bordeauxrood vuur door de hemel en we staren alle drie als betoverd…

Reacties

karpergenocide

We hebben karpers in onze vijver en we willen er van af. Onze vijver is al niet zo diep, op de bodem ligt een dikke sliblaag en vanwege de steile oevers is er weinig filterende beplanting om het water helder te maken. Karpers maken dat geheel nog erger omdat het bodemwoelers zijn die gedurende de hele dag modder- en slibdeeltjes omhoogwerken. Onze karpers zijn bovendien kweekkarpers dus sowieso niet echt natuurlijk. Weg dus met de karpers!

Makkelijker gezegd dan gedaan. Vangen lukt nog wel door diverse gasten… vier exemplaren zijn al tijdelijk in de slinkende kleine vijver geplaatst. Maar wat dan? In de beek loslaten? Nee, want daar voelen ze zich niet thuis en bovendien is dat verboden en ongewenst ivm faunavervalsing. In de vijver van de buren dumpen? Is een optie maar mogelijk a-sociaal. De buren hebben slechts een vakantiehuisje en we zien ze al maanden niet dus vragen kan ook niet.

Dan maar opeten!

Ik heb in mijn jeugd vaak paling gerookt met mijn vader, de dorpschoolmeester en zijn zoons dus roken spreekt nog het meeste aan als bereidingswijze. Ooit hebben we een zeelt gerookt die ook heerlijk bleek. Dat moet vergelijkbaar zijn want de zeelt is onze inheemse karper. Nu is hij beschermd… hoe gaat het eigenlijk met ze? Wij zelf hadden drie illegale fuiken die ik regelmatig leegde met mijn vader en ik viste ook nog bij met een illegaal kruisnet, ook wel ‘totebel’ genoemd in lokaal jargon. Later in Amsterdam viste ik vaak met mijn oom en we hebben nog wel grootschalig makrelen gerookt. Ik ben benieuwd of ik de kunst van het visroken nog versta! Mandarijn had al een klein rooktonnetje voor me gescoord op de tweedehands markt en die is precies groot genoeg voor één karper.

Ik moet nog even moed verzamelen om een karper te doden maar trek al snel de stoute schoenen aan en knuppel de stakker in één slag dood, dat is het snelst. Bij het ontdoen van de ingewanden blijken deze nagenoeg weggeslonken te zijn en plaats gemaakt te hebben voor bijna een pond kuit. Karperkaviaar! Zou dat een lekkernij zijn? Ik bak vrij snel een portie… maar de smaak valt tegen… vrij neutraal. Het heeft echter precies de textuur van couscous. We bereiden het dus als zodanig en eten nog drie dagen karpercouscous. Erg lekker!

Ondertussen maken Timmerman en ik houtsnippers van beuk en eik. Ik maak een flink vuurtje en smoor dit na verloop van tijd met wat zaagsel en de snippers en hang de karper er in. Nu is het wachten.

Na vier uur blijkt ie nog niet gaar. Met een extra dot snippers gaat de karper de nacht in. De volgende dag is ie eindelijk klaar. Ze smaakt lekker… we komen de winter wel door!

Reacties (7)

lente 2011 2

Lente op Marken…

Klik voor meer

Reacties

lente 2011 1

Reactie (1)

de tuin van Bloem 5: graafkuil voor snuffie

Get the Flash Player to see this player.

Reacties

egel klem

Als ik een gek geblaas hoor in de kippenren van Mandarijn – de kippen zijn al op stok maar nog onrustig – schuifelt er een egel achter de voederbak. Ik probeer hem het hok uit te jagen maar de egel zoekt een smal gaatje onder het gaas uit in plaats van de grote doorgang. Hij lijkt opeens klem te zitten: zijn kop kan er door maar zijn lijf niet. Zijn kop kan door de stekels ook niet meer terug, lijkt het.
Ik ga maar even weg zodat hij zelf kan ontsnappen want oprollen gaat ook niet en de stress van de egel lijkt me geen goede basis voor zijn ontsnappingspoging. Dan kan ik ook gelijk even de camcorder halen…

Bij terugkomst zit hij nog steeds onveranderd klem lijkt het. Tijd om een handje te helpen…

Get the Flash Player to see this player.

Niet veel later scharrelen er zelfs twee egels in de tuin. Zit er een stelletje in de takkenril?

Reacties

« Vorige berichten · Volgende berichten »