`

Archief voor september, 2011

pannebrood

Wildplukker wil eindelijk terug naar Nederland na vele malen uitstel maar na 40 kilometer krijgt zijn auto alweer panne. Timmerman komt direct steun bieden maar tevergeefs: na twee dagen gepruts heeft de auto het definitief begeven. De Franse ‘depannage’ sleept hem weg. Timmerman neemt de aangeslagen Wildplukker met bagage weer mee terug.

Het is zondagmiddag en ik ben door de panne opeens noodgedwongen voor enkele dagen terug in mijn caravan… nu dreigt er een broodtekort. Tijd dus voor een pannebrood!

Het idee hierbij is dat je een brood bakt in een koekenpan in plaats van in een oven. Ik heb me er twee weken geleden al eens aan gewaagd omdat ik het Franse brood maar zo zo vind: weinig keuze op het gebied van bruin brood en dan nooit echt donker van kleur. De eerste poging gaat wonderwel direct goed en ook Timmerman en Pierre du Moulin worden door het principe geïnspireerd en bakken een eerste versie… met wisselend resultaat. Het is wel even uitproberen want we hebben geen recepten en ook geen kennis van de bereidingswijze. Na enig proberen blijkt het een redelijk makkelijke methode. Vanaf nu kunnen we zelf op ons gasstel eigen broden bakken!

De eerste pompoenen in de moestuin zijn ook op formaat. Ik wil er voor mijn vertrek één proberen. Hij is nog groen van binnen maar na het bakken in de olie is hij ongelooflijk lekker en zacht van smaak. Ik besluit wat door mijn tweede pannebrood van de dag te doen… samen met een restje chorizo.

Net warm uit de pan en alleen met wat roomboter erop smul ik ’s avonds van mijn pannebrood!

Reacties (3)

Vos

Op dag twee van mijn verblijf hier vind ik in de afgedekte strobaal vier kittens van onze lokale verwilderde zwerfkat. Daar zitten we echt op te wachten in onze kleine ecologische enclave! Dat zijn weer vier roofdieren die jaarlijks weer duizenden vogels, vlinders en andere dieren om zeep helpen. Maar natuur is natuur dus de moeder en haar jongen zoeken het maar uit! We besluiten om geen zorg voor ze te dragen… nature vs nurture beslist in het voordeel van nature. Moeder sleept het gezin weg en we zien wekenlang niets meer. Af en toe vragen we ons af of ze nog leven want moeder wordt enkele malen ver weg in haar eentje gesignaleerd. Wellicht hebben de uilen en vossen haar al beroofd van haar kinderen.

Als we vijf weken later gepiep horen in de ruïne loopt daar een van de kittens alleen rond. Het is een klein zwart-wit getekend en op het oog goed gevoed katje. Ze heeft een wat stomp hoekig lichaam en een korte staart, duidelijk lijkend op haar vader die we van het voorjaar hier even hebben zien rondscharrelen. Een paar dagen eerder is mijn gaste Waterjuffer gearriveerd en maakt als enige gebruik van de buitentoilet. Ook ik heb even een dag geleemd bij de ruïne. Mogelijk hebben we de moeder weer verstoord… maar ze komt het jong vast nog wel ophalen! “Zijn de andere drie ook nog in leven?”, vraag ik me af.

Waterjuffer vind het maar niets dat we de kleine nog even aan haar lot overlaten en ze bekijkt me met een blik alsof ik een wrede dierenbeul ben. Ik ken haar nauwelijks dus voel me door haar blik des te wreder: mijn nature-houding verschuift van binnen toch een beetje richting nurture. Maar ik blijf volharden! Als Waterjuffer twee dagen later vertrekt beloof ik haar op te letten. Dezelfde avond zie ik het katje in de zon zitten op het dekzeil van de waterput. Ik grijp mijn kans om haar te vangen en heb haar meteen beet. Ze voelt toch wat mager aan en ik neem haar mee naar mijn caravan om haar wat te eten te geven. Daar gaat ons nature-principe… nurture it is! Er staat nog een pan pasta met champignons, liefdevol bereid door Waterjuffer, en ze werkt de brokken met grote schokkende bewegingen naar binnen, tevens pogend mijn vingers er bij op te eten. Haar tandjes zijn vlijmscherp!

In nog geen tien minuten is ze volkomen dociel geworden en zitten we opeens met een huiskat! Terwijl Timmerman en ik het avondmaal nuttigen kruipt ze steeds beurtelings over ons heen. Ze klimt tegen onze pijpen op of springt met veel bravoure vanaf het lage tafeltje omhoog, daarbij vaak missend en al hangend zich weer opklauterend, en kruipt op onze schoot, onze borst en in onze nek. Ze begint ook enorm te spinnen en ik wist eigenlijk niet dat zulke kleine katjes dat al deden.

Nadat het katje de avond met ons had doorgebracht werd het bedtijd… voor mij dan. Ik had voor haar een mandje gemaakt van een kartonnen doos en vier jute zakken… deze eerst bij het kampvuur gezet waar ze lekker warm kon liggen… ze kroop toch liever in mijn jas.
Ik kon haar absoluut niet mee naar binnen nemen ivm met mijn allergie dus moest ik haar op een gegeven moment toch maar buiten achterlaten… waar ze bleef piepen aan mijn deur. Ik heb het mandje toen maar bij mijn deur gezet en haar er nogmaals in gedaan. Na enkele minuten was ze stil. De reservemand die ik toch maar in mijn caravan gemaakt had voor als ik haar te zielig zou gaan vinden zo alleen buiten bleef gelukkig ongebruikt. Bovendien zou ik dan ook een precedent geschapen hebben die onomkeerbaar zou kunnen blijken.

De volgende ochtend lag ze braaf verstopt tussen de plooien van de jute zakken. Nu ik eenmaal wakker en opgestaan was bleef ze op mijn schoot klimmen en in mijn nek kruipen. Ze spinde dat het een lust was. Wat later gingen we samen op de koffie bij Timmerman waar ze opeens ook begon te spelen met van alles. Ik heb ook meteen wat verse visjes voor haar gevangen die ze met veel smaak opat.

De rest van de dag gingen we gewoon aan het werk en ze dreutelde maar zo’n beetje achter ons aan als we even in haar buurt waren. ’s Middags weer wat visjes gevangen maar ze had niet heel veel honger meer. ’s Avonds bij het avondmaal kroop ze weer over ons heen maar deze keer lag ze al snel lekker in een plooi van mijn jas te slapen. Timmerman en ik waren volledig om: één roofdier op het terrein was toch wel acceptabel… ze zou dan de natuurlijke rol van vos op zich nemen. Timmerman stelde voor om haar een naam te geven en opperde dan maar Vos vanwege haar toekomstige rol. Bij ons tweede gezamenlijke avondmaal filosofeerden we over onze gedeelde vaderschapsrol: haar wel of niet binnen nemen?… toch maar naar het kattenvrouwtje in het dorp brengen?

Even later zagen we op de heuvel de moeder jagen. Met een muis in haar bek liep ze richting de caravan van Pierre du Moulin. We probeerden haar te volgen maar verloren haar uit het oog. Een half uur later zagen we Ma wederom jagen in het gras op de heuvel en binnen korte tijd had ze weer een muis in haar bek. Ze vertrok in dezelfde richting, vermoedelijk naar de geul in het weiland achter Piere’s caravan. Met Vos in mijn jaszak togen we richting de geul.
Onmiddelijk vonden we moeder en we zagen eveneens Vos’ drie broers/zussen rondscharrelen… ze hadden het al die tijd overleefd! We besloten direct om Vos maar weer met het gezin te herenigen. Aanvankelijk was ze onwillig en liep steeds terug naar ons maar toen ik haar diep in de geul zette begon ze te snuffelen en rook opeens duidelijk haar familieleden. We lieten haar achter met moeder en andere kinderen die op zo’n vier meter afstand zaten te kijken.
Ons gedeelde vaderschap kwam hiermee abrupt tot een einde! Timmerman en ik liepen bedroefd terug en mistten haar meteen al. Het was heel gezellig en we hebben veel gelachen om haar capriolen… Vos, het ga jou en de jouwen goed! Maar dan liever wel ergens anders!

Later op de avond nog gechecked of Vos niet piepte of alleen rondliep… maar het hele gezin was vertrokken.

De dag erna zag ik vlak voor de lunch moeder over de heuvel lopen. Door de kijker zag ik twee jonge katjes achter haar aanlopen waaronder Vos. Ze liepen net buiten beeld en verdwenen in het maïsveld op de heuvel. Die avond zagen we moeder weer jagen. Met een muis in haar bek liep ze weer naar de geul, onderwijl steeds in de verte naar ons kijkend. Het bleek een afleidingsmanoeuvre want daarna sloop ze stiekem naar het maïsveld en ze verdween op de plek waar eerder de hele familie al haar heil gezocht had.

De avonden erna zien we moeder nog regelmatig jagen. De vier kittens zullen geen honger hebben de komende tijd want ze heeft meestal binnen een kwartier een muis! Wel maken we ons zorgen over de maïsoogst. Als er grote machines komen is hun leven in gevaar. Ik besluit enkele dagen later dus maar even te gaan kijken: dan kan ik een filmpje maken en dan verkassen ze door de verstoring vast meteen naar een betere plek! Ik zoek en zoek maar kan ze niet meer vinden. Ze zijn al weg gelukkig.
’s Avonds zien we moeder weer gewoon jagen en met prooi het maïsveld ingaan. Maar gelukkig: de volgende morgen zie ik de hele familie het weiland oversteken en terugkeren naar de geul achter Pierre. Voorlopig zijn ze weer veilig!

Het verhaal is voor ons vast nog niet ten einde dus wordt wellicht vervolgd!

Reacties