`

Kuipvijver 1

Een vijver aanleggen in de tuin is een hoop gedoe. Met al dat plastic in de grond… wel of niet doen?
Wildplukker zoekt nog naar een methode om natuurlijke vijvers waterdicht te maken maar tot nu toe heeft hij maar één afdoende methode ontdekt: er eerst een jaar lang varkens in laten badderen.
Toch wel wat veel gevraagd. Dus eerst maar aan de slag met de makkelijkste vijver van alle vijvers: de KUIPVIJVER.

De aanleg is makkelijk. Je graaft een kuil, doet de cementkuip er in en klaar. Als het regent loopt ie vanzelf vol, plantenzaden, libellen en kevers waaien vanzelf aan en kikkers ruiken het op afstand….

Iets meer aandacht geeft echter een veel beter resultaat. De grond uit het gat kun je gebruiken om de rand van het vijvertje vorm te geven. Als je het gat groter maakt dan nodig is en de restruimte eerst opvult met hout dan krijg je door de rotting nog lange tijd extra warmte en daarna hou je nog heel lang een vochtvasthoudende houtpulp over die interessant is voor allerlei dieren, planten en schimmels. Door er nog meer hout omheen te plaatsen verstop je de rand en lijkt het wat natuurlijker en krijg je een vochtig milieu rondom de kuipvijver.

Wat stenen, zand en wilgentakken er in die kunnen uitlopen en wat oeverplanten en de kuipvijver is klaar!

Reacties

Bramenwonder

Wonder boven wonder blijkt de Doornloze braam die ik ruim twee jaar geleden gekregen heb van Uitgever en die ik in de zomer van 2010 geplant heb nog steeds te leven en zelfs twee prachtige scheuten gemaakt te hebben. Ook een tweede van de totaal vier blijkt nog een takje te hebben! Vorig voorjaar hadden we het al opgegeven toen de laatste kwijnende takjes van 2011 de winter al niet heelhuids overleefden.

’s Avonds ga ik een rondje over het terrein maken. Pierre du Moulin komt ook even kijken en ik lok hem mee onder het mom ‘Er is een wonder geschiedt!’ naar de Doornloze bramen. Hij is onder de indruk. Bij hem stond er ook ooit één dus we gaan zoeken of die ook herrezen is… maar vinden niets.

Een dag later meldt hij dat hij dat hij toch wat gevonden heeft. We zijn ‘voorlopig’ weer drie Doornloze bramen rijker!

Ik geef ze flink wat tuinaarde en wat houtsnippers, en doe er bij nummer twee meteen wat Klimop en een baby-Esje bij.

Reacties

Winter 2013 1

Reacties

Vos Junior

Als ik weer terugkom in Frankrijk ben ik heel benieuwd of moeder en haar drie jongen het goed maken. De gastencaravan is komende week zowel van binnen als vanonder bezet door drie kinderen, want het gezin van Bloem en Carloman zijn ook mee. Bij aankomst zien we maar twee jongen, maar die andere zal wel achter of onder zijn moeder liggen.

Na zorgvuldige inspectie de volgende dag blijkt het witte jong met de zwarte vlekken echt te ontbreken… er zijn er nog maar twee over.

Een dag voor mijn vriendengezin vertrekt is Ma Vos vertrokken met kitten 2 en heeft het zwart-witte jong achtergelaten. Het is een herhaling van vorig jaar toen Vos ook al achtergelaten werd!

Na een dag is moeder nog steeds spoorloos en ik neem Vos junior maar onder mijn hoede bij mijn caravan. Ondertussen zoeken Timmerman en ik naar de nieuwe stek van Ma en kind. We zien moeder echter dagenlang niet meer en vinden nergens het andere jong.
Het lijkt er op dat we deze keer echt opgescheept zitten met een katje. Ik doop hem Vos Junior omdat het in alle opzichten een deja-vu van zijn vader is. Hij heeft iets meer wit maar hetzelfde zwarte maskertje.
Vos Junior voelt zich al snel volledig thuis: hij slaapt ’s nachts in een tas met vuil wasgoed en hangt overdag een beetje rond op zes vierkante meter voor mijn caravandeur en is tevreden met de kachel naast hem waar ik ’s avonds een flink blok voor de nacht op gooi. Hij blijkt alleen maar vloeibaar voedsel gewend te zijn en is de eerste dagen steeds op zoek naar een speen. Zijn eten zuigt ie op. Sterker nog… hij begraaft zich er in. Als ik hem brokjes in gelei geef zuigt ie alleen de gelei op en laat de brokjes liggen en smeert zich helemaal onder. Bah!

Maar na een paar dagen weet ik voedsel te maken met de juiste consistentie en blijkt ie zichzelf ook al te kunnen wassen. Hij hoort al snel bij de dagelijkse routine.
Zie filmpje van de eerste week >>

Vier, vijf, zes dagen gaan voorbij en alleen Vos senior komt ’s avonds langs op zijn route langs onze caravans op zoek naar etensresten en vieze borden. Als hij op een avond geconfronteerd wordt met zijn zoon, die ligt te slapen, gaat hij er angstig snel vandoor. De avond daarop heeft Vos jr hem in de gaten en zet zijn rug op en begint tegen hem te blazen. Senior weet niet hoe snel hij zich uit de voeten moet maken… de schijtert!

De avonden daarna lijken ze elkaar te tolereren en negeren elkaar verder.

Op een avond, acht dagen na hun vertrek, zitten moeder en jong 2 opeens weer onder de gastencaravan. Probleem opgelost!?!?

Ik hoop dat ze Vos jr. niet vergeten is en ik zet hem weer bij het stel. Moeder reageert alsof het de gewoonste zaak van de wereld is en ik laat ze verder met rust.
Als ik de volgende dag kom kijken is jong 2 er wel, moeder niet. Vos jr. heeft zich tegen zijn broer/zus genesteld. De twee komen direct te voorschijn en na wat angstvallig toekijken durft ook jong 2 met me te spelen.

Laat in de middag neem ik nog een kijkje… maar moeder en jong zijn vertrokken. Vos junior ligt in een trui voor de caravan te slapen en heeft het vertrek blijkbaar gemist. ’s Avonds laat haal ik hem maar weer op voor de nacht. De herenigingspoging lijkt mislukt!

Enkele dagen later vertrek ik naar Nederland en ik besluit hem maar tijdelijk mee te nemen bij gebrek aan een betere oplossing. Vos Junior gaat naar de grote stad!

Wordt vervolgd…

Reacties (2)

Vos is een kater

In het vroege voorjaar zien we dat in de schemer de moederkat die hier altijd rondzwerft bij ons hek door een vreemde kater gedekt wordt. Als de kater zijn hoofd naar ons keert herken ik hem meteen aan zijn Zorro-masker: het is Vos! (Zie ook Vos)
We zijn verbaasd dat hij als kleinste van vier kittens de winter overleeft heeft en nog meer verbaasd dat hij uitgegroeid is tot een volwaardige kater.
Dat hij voor onze deur incest met zijn moeder pleegt vinden we wat minder maar dat is in de wilde natuur heel gewoon.

Daarna zien we hem lang niet meer tot hij opeens opduikt terwijl Mary Shelley en ik bij een vuurtje voor mijn caravan zitten. Hij gluurt vanachter de buitenkachel en loopt wat schichtig rond. Hij is niet verder dan twee meter van ons vandaan maar gaat er toch weer snel vandoor. We zien hem af en toe ergens op het terrein banjeren en één keer zie ik hem verschrikt vanonder mijn caravan wegschieten en via het ‘kattenluikje’ in de takkenril door het hek naar buiten het terrein vluchten.

Tot op een avond wanneer ik met Pierre du Moulin bij mijn buitenkacheltje zit te kletsen. Vos duikt op en voor we erg in hebben is hij brutaal het bord onder de lege stoel van Timmerman aan het schoonlikken… op nog geen meter afstand. Ik schuif mijn bord ook naar hem toe, iets voorbij mijn rechtervoet, en ook die likt hij meteen schoon. Pierre staat op het punt om weg te gaan en als hij opstaat vlucht Vos direct uit het zicht.
Maar een half uur later verschijnt hij opeens links van me vanonder de caravan … binnen handbereik. Ik had al wat reepjes droge worst gehaald en ik voer hem twee reepjes door ze voor zijn neus te gooien. Het derde reepje hou ik in mijn hand en ja… al schokkend komt hij er op af en grist het uit mijn hand om meteen ermee onder de caravan te duiken.
Dit herhaalt zich enkele keren en tenslotte zet hij zelfs zijn voorpoten op mijn been om de worst tussen mijn vingers te pakken. Als er een onweersbui losbarst vlucht hij weer snel… niet onder mijn veilige caravan maar het terrein op.

De dagen erna zien we hem vaker. Hij ligt te dutten op de takkenril bij de moestuin en hij komt zelfs even bij Timmerman langs als we daar zitten te eten. We bieden onze net leeggegeten etensborden aan die hij meteen schoonlikt… maar dichterbij dan 3 meter komt hij niet en bij iedere beweging van ons vlucht hij weer tien meter.

Even daarvoor al zat Ma Vos op de takkenril achter mijn caravan te dutten. Zij is altijd heel schuw en komt nooit dichterbij dan twintig meter. Deze keer lijkt ze brutaal te blijven liggen als ik mijn caravan nader en ik laat haar maar met rust. Van dichtbij lijkt ze anders… is het een ander jong van vorig jaar? Eén roofdier is leuk op ons terrein maar twee of drie… laat staan als mijn caravan een kattenhonk wordt! Daar zit ik met mijn allergie al helemaal niet op te wachten!

De week erna komt Vos iedere avond langs… bij mij of, als we eten op het terras van timmerman, bij hem. Vos maakt er zelfs een vast rondje van en likt bij aankomst alle huisraad schoon dat in aanraking is geweest met eten.

Enkele dagen geleden horen we gepiep bij de gastencaravan. We gaan kijken en ja hoor… drie kittens in het hooi onder de caravan! Moeder is al bevallen! Dit wordt de start van een hele dynastie op Sévricourt!
Eén kitten lijkt duidelijk op Vos, zijn vader/broer, met veel zwart in zijn vacht en wat wit. Nummer twee lijkt meer op zijn moeder met veel wit. Nummer drie is veelkleuriger, die lijkt op zijn opa… moeders’ lover van vorig jaar.

Wordt zeker vervolgd…

Reacties

Hazelworm

Als ik een dekzeiltje weghaal in mijn moestuin verstoor ik een dikke opgerolde Hazelworm. Even later gaat de pootloze hagedis er snel vandoor….

Reacties

Lente 2012

Bij het eerste sappige jonge groen knipoogt de lente naar de zomer…

Reactie (1)

winterkleuren

Kleurrijke gasten rond mijn vogelvoederplek fleuren de sombere dagen op…

…en eten in twee weken al mijn vetbollen op. Noodgedwongen maak ik een zonnepitvoederfles.

Reacties (2)

Stapel op stapelen 5 - Takkenpoort

Deze keer had ik weinig zin in mijn verblijf in Amsterdam want ik was juist zo ‘lekker bezig’ op ons landgoed Sévricourt. Vooral de takkenpoort die ik voor mijn vertrek begonnen was, bleef in mijn hoofd spoken. Na mijn aankomst ben ik dan ook gelijk daarmee verder gegaan. Het geheel moet volume krijgen en is zo’n 4 meter hoog. Dat betekent veel hout aanslepen… met de kruiwagen van de overkant van de beek. We hebben een sprokkelcontract afgesloten met de eigenaar van het gekapte perceel aldaar dus we hoeven niet meer stiekem ’s ochtends vroeg, tijdens de franse lunchtijd of ’s avonds te sprokkelen. Pierre haalt zijn four-wheel-drive auto erbij en met aanhanger gaan we door de beek en kunnen nu meteen flink brandhout verzamelen.
Nu heb ik flink wat grote takken die ik normaal met touw en hand moet slepen.

Na een paar dagen is de takkenboogpoort af. Al zal ik de komende tijd nog wel hier en daar wat opvullen of een mooi stuk gevonden hout als extra ornament toevoegen.

Reacties (5)

Stapelgek

In mijn afwezigheid is ook Pierre du Moulin aan het stapelen geslagen. De oude haagbeuk is opeens een prachtige robuuste houtsculptuur geworden. Ook Timmerman is bezig met takkenrillen. Na één jaar op ons afgelegen landgoed zijn we alledrie overtuigd stapelgek geworden.

Reactie (1)

Herfst Sévricourt 2011 2

Reacties

Stapel op stapelen 4 - Zwevende takkenril

De westkant van het terrein wordt grotendeels in beslag genomen door een nogal kale grasheuvel met een recht traliehekwerk en uitzicht op de kale grasheuvel van de buurman. Tegen het hek mag best wat begroeiïng komen. Dit voorjaar heb ik er bramen geplant maar het is er zo droog, dor, kaal en winderig dat ze nu in november pas beginnen te groeien. Al eerder is me opgevallen dat onder een bos takken van alles gaat groeien - door de extra schaduw en vocht - dus ik besluit maar een bos takken te gaan aanbrengen. Nadat ik een rand takken neergooi zie ik vanuit de verte er niets meer van terug en het idee was ook om het hek wat te camoufleren. Dat moet anders kunnen. Ik wil een raamwerk van grillige takken stapelen dat als onderstel dient voor de daarboven ‘zwevende’ takkenril. Ik heb ook het hekwerk om wat takken in te haken.

Het werk is een soort omgekeerd Mikado. Heel voorzichtig leg en zet ik de takken neer en bouw een dragende constructie. Als ik er uiteindelijk een laag takkenafval op stort wordt het geheel stevig en sterk.

De koeien komen langs en kijken met belangstelling toe. Even later beginnen ze zich opeens met zijn allen te schurken aan de takken die door het hek steken. Alles schudt en beeft maar de takkenril houdt het gelukkig. Dan kan ik ook gerust zijn dat ie stormbestendig is.

Ik bedenk dat het wel leuk is om een ‘aftakking’ te maken die het terrein op slingert. Nadeel daarvan is dat Pierre dan wordt afgesneden van de route naar onze ’sterrenwacht’. Dit is een plateau boven op de heuvel waar straks Pierre’s sterrenkijker komt te staan. Nou ja, als ik toch met takken de hoogte in ga stapelen stapel ik wel een poort!
Ik maak een begin maar kan niet verder want ik ga binnenkort weer naar Nederland… bah… en ik moet nu toch écht het plafond van de woonkamer gaan dichten! Wordt dus ook weer vervolgd…

Reacties

Stapel op stapelen 3 - Oeverwal met boomknol

Langs de oever van de winterbeek die over ons terrein loopt maak ik een stenen walletje om de grond wat meer te beschermen tegen de grote hoeveelheid water die hier in de winter bij tijd en wijle langstroomt. Alleen bij extreem hevige regenval of bij veel smeltwater ineens is het een beekje. De rest van het jaar is het een droge geul die zomers dichtgroeit met allerlei planten, vooral brandnetel zoals overal op het terrein.
Ik heb een paadje vrijgemaakt van brandnetels zodat ik makkelijk stenen kan aanvoeren. Onmiddelijk opent zich een rustiek dichtbijgezichtje dat ook de prachtige oude haagbeuken in al hun glorie laat zien. Dus besluit ik van de wal gelijk maar iets leuks te maken want de rest van het jaar moeten we er ook naar kijken. Een soort grillige en sierlijke ‘landschapskunst’ staat me voor ogen en ik begin een golvende lijn stenen te stapelen. Wederom met stenen uit de ruïne, ditmaal met exemplaren die te klein zijn om muurtjes mee te stapelen.

Ik zoek eigenlijk nog een mooi object om er bij te plaatsen. Opeens denk ik aan een enorme wortelknol die Wilgenman en ik afgelopen zomer samen met drie lieren uit de beek hebben getakeld. We waren er de hele middag mee bezig en toen hij eenmaal op de twee meter hoge oever gehesen was ontschoot mij de moed om het ding helemaal naar huis te slepen. Loodzwaar was ie! Nu nog verzadigd met water. “Dan de knol eerst maar laten indrogen… dat scheelt kilo’s… en volgende keer ophalen”, zei ik tegen Wilgenman.

Samen met Timmerman ga ik kijken of er al beweging in de knol te krijgen is. Hij blijkt inderdaad goed ingedroogd te zijn en we kunnen hem met enige moeite omrollen. Timmerman heeft er zin in en gesteund door zijn elan rollen we hem binnen een half uur naar de weg. Het is al bijna avond en ik ben ook gelijk kapot. “Morgen van de weg door de beek rollen tot aan ons hek, en overmorgen naar de plek op het terrein”, stel ik voor. We bedenken ondertussen andere vervoersplannen en besluiten de volgende dag met de aanhanger tot aan de beek te rijden en de knol door de beek te rollen en dan met een lier op de aanhanger te hijsen. Zogezegd zo gedaan… Timmerman gaat wederom loos op het object.

Binnen het uur ligt de knol op zijn plek langs het beekje. Ik kan weer verder gaan stapelen…

Reacties

Het gewone leven van de rat

Ratten hebben een slechte reputatie merk ik iedere keer weer. Als het woord rat valt, gaat het vaak in één zin gepaard met woorden als uitroeien, ziekte, afschieten e.d.
In alle gevallen gaat het hier om de over de hele wereld verspreide ‘gewone’ Bruine rat (Rattus norvegicus) die tevens bekend staat onder de namen rioolrat, stadsrat, waterrat, laboratoriumrat, tamme rat of gewoon ‘rat’.

Wie de beestjes ziet rondlopen kan nauwelijks snappen waar ze die reputatie vandaan hebben behalve uit slechte ervaringen… ooit… in de diepe middeleeuwen toen ze de pest brachten… maar misschien kwam de pest toen ook al met kippen mee. Op ziektegebied hebben we tegenwoordig niets meer te duchten van ze… er zijn jaarlijks enkele gevallen van de Ziekte van Weil maar dat is altijd door import uit andere landen, meestal van ver, bijvoorbeeld uit Afrika. Daarmee hebben we tevens het grootste ziekteverspreidende zoogdier te pakken: de mens. Deze raast voor de lol de hele wereld rond, het liefst afgelegen gebieden bezoekend, en laat daarbij een spoor van ziektes achter zich, dat zich soms met een snelheid van 10.000 km per dag verspreidt.
Na de mens hebben we meer te duchten van onze varkens, koeien en pluimvee!

Kortom: de mythe van ratten als ziekteverspreiders is ver VERLEDEN TIJD! Ik wil er vanaf nu niet meer van horen!

Verder is het enige grote nadeel van ratten onze slordigheid met afval en hun gebit: ze kunnen soms aan dingen knagen waar we zelf duurzamere plannen mee hadden. Maar ja, dat staat in geen verhouding tot wat wij hen allemaal aandoen.

Als ode aan dit leuke tuindiertje heb ik een compilatie >> gemaakt van het gezellige gescharrel en geklauter rond mijn caravan.

Reactie (1)

Stapel op stapelen 2 - Stapelril van rot hout

Takkenrillen kun je nooit genoeg hebben. Om wat te variëren ben ik afgelopen jaar gaan stapelen met takken. Ik noem het bij gebrek aan beter maar een ’stapelril’ hoewel ik toch eens moet uitzoeken wat het woord ‘ril’ nou eigenlijk behelst. Wanneer is iets een ril? Nou ja, ik stapel er niet minder om en het is leuk om een beetje te beeldhouwen met dood hout. Of is ‘beeldleggen’ hier een beter woord voor?
Wederom nou ja … de padden en salamanders zal het een worst wezen, zij kunnen nu van de geul naast ons terrein makkelijk veilig oversteken naar de oever van ons meertje en er ’s winters gelijk blijven hangen om de koude nachten te doorstaan.

Langzaam begint het terrein om mijn caravan op een tuin te lijken. De vlakke oeverstrook krijgt meer reliëf en structuur. De lokale ratten blijken er in ieder geval tevreden mee en gebruiken mijn tuin als speelhof en ook deze vers verschijnende Honingzwammen zijn al tevreden.

Reacties

« Vorige berichten · Volgende berichten »